evaluatie

pagina in aanbouw

klik- / midden- / eindevaluatie

binnen supervisie

 

Inleiding:

Een supervisietraject kent 3 momenten van evaluatie. Aan het eind van de 3de bijeenkomst is er een korte klikevaluatie. De belangrijkste vraag die dan een de orde komt, is: Is er voldoende klik om dit supervisietraject te laten slagen? Tijdens de 8ste bijeenkomst is er een midden-evaluatie en tijdens de 15de bijeenkomst een eindevaluatie. (Als een traject 10 bijeenkomsten duurt, dan is dit respectievelijk de 6de en 10de bijeenkomst.)
We beginnen zo eerst met een tip voor het schrijven van het evaluatieverslag. Vervolgens benoemen we de evaluatievragen die in het verslag aan bod dienen te komen. Daarna gaan we in op de vorm en de doelen van de bijeenkomst.

 

Tip:

Maak je evaluatie verslag op de manier die bij je past met de vetgedrukte vragen in je achterhoofd. Als je dit 1e concept af hebt, check dan of je deze vetgedrukte vragen voldoende beantwoord hebt. Zo niet, vul dan aan. Gebruik zo nodig de overige vragen en aandachtspunten als aanvulling. Hier hoef je echter niet gedetailleerd op in te gaan.

 

De evaluatievragen:

  • wat heb je geleerd? wat is de rode draad van je leerproces?
    • wat heb je geleerd van de werkuitvoering?
      • over de interactie met cliënten of collega’s
      • over het hanteren van jezelf als persoon daarin
      • welke is- en doe-regels kwam je daarbij tegen en hoe heb je die gebruikt?
    • wat heb je geleerd van de supervisorische basisvaardigheden?
      • welke beheers je al voldoende en welke niet?
      • hoe maak je de pendelbeweging naar de ervaring toe en er weer vanaf?
    • wat heb je geleerd in je eigen supervisor zijn?
      • ben je zelfgestuurd en doelgericht aan het leren geweest?
    • wat waren de belangrijkste leerdoelen?
      • hoe heb je daaraan gewerkt?
      • met welk resultaat?
    • wat is er veranderd in je beroepshandelen? (leerproduct)
      • hoe heb je dat bereikt?
      • is er sprake van geïntegreerd handelen?
        • is er samenhang tussen jouw denken, voelen, willen en handelen?
        • is er samenhang tussen jou als persoon en de eisen die het werk je stelt?
      • hoe heb je dat geleerd?
        • wat zijn voor jou belangrijke leercondities?
        • wat is kenmerkend voor jouw manier van leren? (je leerstijl)
      • wat vond je van de leercondities?
        • de supervisor
        • bij groepssupervisie:
          • de medesupervisanten
          • het functioneren als groep
        • veiligheid, duidelijkheid, vertrouwen, erbij kunnen horen, invloed kunnen uitoefenen, balans tussen nabijheid en afstand
        • het maken van verslagen
        • de informatiebladen en mondelinge instructies
        • overig
      • (alleen voor de midden-evaluatie:)
      • wat wil je verder leren?
        • wat zijn je nieuwe leerdoelen?
        • waarom wil je dit leren?
        • wat heb je nodig om dat te leren?
        • wat wil je veranderd zien in de leercondities?
          wat kan je eigen bijdrage daarbij zijn?
      • (alleen voor de eindevaluatie:)
      • hoe kijk je in het algemeen terug op de supervisie?

 

Vorm van de supervisiezitting tijdens de evaluatie:

Je presenteert je resultaten. Het is aardig om dit zo mogelijk aan de hand van een symbool te doen, bijv. een foto, een voorwerp, een gedicht, een tekst, een tekening. (Bij groepssupervisie gebeurt dit één voor één. De anderen reageren op de resultaten.)
We bespreken hoe we vinden dat we samen aan het werk zijn geweest. (Bij groepssupervisie is er een groepsgesprek over de samenwerking.)
Bij de midden-evaluatie staan we stil bij de vraag hoe je verder wil, wat je leerdoelen zijn en hoe wil je eraan werken.
Bij de eindevaluatie staan we stil bij de vraag hoe je verder gaat als professional met je interne supervisor. Dan is er ook ruimte voor informeel afscheid.

 

Doelen van de evaluatie:

Tijdens de evaluatie bouw je metaforisch gezegd een oogstfeestje. Je zet de resultaten op een rij en gaat daarvan genieten. Je word je ook bewust hoe je dat resultaat bereikt hebt.
Met de midden-evaluatie maak je vervolgens metaforisch gezegd een nieuw zaaiplan: Wat voor zaad ga je nu gebruiken? Meer van hetzelfde? Wil je iets nieuws uitproberen? Hoe zal je werkwijze zijn? Wat wil je overnemen van hoe je tot nu toe gewerkt hebt? Wat wil je toevoegen? Welke randvoorwaarden zijn nodig? Moet je gaan spitten, onkruid wieden, mesten ?
Met de eindevaluatie zijn we er ook op gericht om de supervisie op een goede wijze af te ronden.