werkinbreng

pagina in aanbouw

de werkinbreng

binnen supervisie

 

In de werkinbreng gaat het om jouw denken, voelen, willen en handelen in relatie tot een concrete werkervaring. Dit betreft een gebeurtenis op je werk waarbij je iets beleeft / je persoonlijk geraakt wordt.  Een gebeurtenis kan je positief of negatief raken. Het kan gaan om een situatie die heel prettig en succesvol verliep of om een situatie die heel moeizaam en problematisch verliep. (Bij supervisie gaan we dan niet het probleem oplossen, maar probeer je te leren van het probleem.)  Het kan ook een gebeurtenis zijn die vaag iets met je doet. Op een of andere manier voel je je wat vreemd en onbehagelijk bij een situatie. Dit kan zich ook uiten in vage lichamelijke gewaarwordingen, bijvoorbeeld: er ligt iets op je schouders; je hebt een zwaar gevoel in je buik; je hart maakt een sprongetje; een afgeknepen gevoel in je keel. Juist dit op een vage manier geraakt zijn, is goede leerstof om nader te onderzoeken in supervisie. Heel geschikt als werkinbreng zijn ervaringen die na sudderen / die je (onbewust) bezig blijven houden / die ruimte blijven innemen. Ook ervaringen die meer indruk op je maken dan je verwachtte, zijn heel geschikt. Je kunt zowel situaties met cliënten als met collega’s gebruiken. De ene keer sta je meer stil bij jouw werkuitvoering op zich en de andere keer meer bij hoe je als persoon daarin staat.

Tijdens het maken van je werkinbreng ga je de concrete werkervaring schriftelijk expliciteren. Je beschrijft daarbij het volgende: 1. wat gebeurde er feitelijk? 2. wat deed je? (jouw handelen) 3. wat was het effect van jouw handelen? 4. wat raakte je?  wat was je beleving / gevoel er bij?  5. wat waren jouw intenties? wat wilde je bereiken? met welk doel deed je dit? wat waren jouw belangen / behoeften / drijfveren / voornemens  6. wat vond je van deze ervaring? welke betekenis gaf je eraan? welke waarde kende je eraan toe? welke norm hanteerde je?

Je gaat de concrete werkinbreng doelbewust gebruiken als leermateriaal. Je geeft aan wat je wilt leren van 1. de werkuitvoering, 2. de supervisorische basisvaardigheden en 3. het zelfstandig leren. Meer nog: door het maken van de werkinbreng maak je al een begin met leren: 1. je leert reeds iets van je werkuitvoering 2. je leert de vaardigheid schriftelijk expliciteren 3. je doet dit zelfstandig zonder hulp van de supervisor Gaandeweg de supervisie beperk je de werkinbreng niet alleen tot schriftelijk expliciteren, maar ga je die ook gebruiken om een begin te maken met concretiseren en reflecteren.

 

De werkervaring in schema: